TravelSource.nl Logo 
HomeDagaanbiedingenAutohuurHotelsKortingsactiesVakantiehuizenVakantieparkenVliegtickets ReisverhalenLandeninformatieHelp
Afrika Auteur : Paul en Monique Schilders
 Azië 
Australië E-mail adres : monique.schilders@planet.nl
Europa 
Noord Amerika URL Homepage : http://home.planet.nl/~monique.schilders/
Zuid Amerika   Duitsland   Egypte   Florida   Frankrijk  Italië  (Sicilië)  Jordanië   Israël
Wereldreizen Reisverhalen : N.Zeeland  Noorwegen  Ruta Maya   USA+Canada   USA   Zuidelijk Afrika






 Deel 2 Jordanië en Israël reisverslag Paul en Monique Schilders. TravelSource.nl

Jordanië/Israël '99

9e DAG 11-04-1999 Aqaba - Kibboets Mashabe Sade

Na het ontbijt vertrekken we om 8.30 uur naar de grens met Israël. Bij de Arava Boarder Crossing wisselen we onze laatste Jordanese dinars om in Israëlische sheqels. Na de gebruikelijke vragen moeten we met onze bagage door een metaaldetector. Onze 'Leather-man' en metalen kruik zijn verdacht en dus moeten er enkele tassen en zelfs de kruik open. Met name Erik-Jan, Coen, Mac en 'Heerenveen' hebben wat meer tijd nodig om door de douane te komen. Buiten ontmoeten we de chauffeur David en gids Ruben die ons in Israël zullen begeleiden. Als iedereen in de bus zit rijden we verder naar Eilat voor de eerste stop van vandaag. De westerse cultuur in Israël wordt meteen bevestigd door het feit dat we weer vrouwen op straat zien, die bovendien strakke truitjes dragen. De afgelopen week hebben we in Jordanië namelijk weinig vrouwen op straat gezien. Zij komen (mogen) alleen de straat op als het echt noodzakelijk is en dan nog uitsluitend gesluierd. Hoewel hemelsbreed slechts 5 kilometer van elkaar verwijderd, zijn het in onze ogen toch twee totaal verschillende werelden. Nadat we 'gepind' hebben doen we wat inkopen bij een supermarkt en trekken de conclusie dat Israël net als Jordanië duur is (voor toeristen). In afwachting van ons vertrek naar het hart van de Negev Woestijn, drinken we een kop koffie met slagroom op een terrasje, vlakbij het midden in de stad gelegen vliegveld. Een halfuur later vertrekken we, verlaten het kustgebied en rijden de Negev in op weg naar het kratergebied van Makhtesh Ramon.

Makhtesh Ramon: Dit kratergebied is niet gevormd door inslagen van meteorieten of vulkanische werking maar door erosie. Door een scheur, miljoenen jaren geleden ontstaan door een aardbeving, kon erosie de harde toplaag van de Negev ondergraven tot deze bezweek. Met het breken ontstonden 2 nieuwe breuken in de toplaag waar erosie vat op kreeg. Door dit proces ontstonden diverse kraters in het gebied die tot op de dag van vandaag langzaam groeien. De Ramonkrater is nu 300 meter diep, 8 kilometer breed en 40 kilometer lang.

Met de bus steken we de Ramonkrater over en stoppen op de 'rim' bij het 'viewpoint' Mizpe Ramon. Te midden van een peloton Israëlische soldaten kijken we uit over de gigantische krater. In het restaurant van het 'visitor center' eten we een hapje. Ook hier blijkt het eten peperduur. We vervolgen onze route naar het kleine natuurpark En Avdat.

En Avdat: De Zin, een klein riviertje, stroomt van de zuidelijker gelegen Mizpe Ramon naar de Rode Zee. De Zin heeft in de loop van miljoenen jaren de diepe 'canyon' En Avdat uitgeslepen. Het riviertje en de poelen die het veroorzaakt maken de aanwezigheid van veel planten- en dierensoorten mogelijk. Er leven onder andere steenbokken in deze oase.

Als we arriveren bij de 'canyon' staan er enkele steenbokken vlakbij de parkeerplaats. Terwijl we langs het riviertje Zin, dat nauwelijks een naam mag hebben, de 'canyon' in 'hiken' zien we nog een aantal van deze dieren. Wat dieper in de kloof naderen de wanden elkaar. Net voor we de waterval bereiken klimmen we via smalle uitgehouwen treden omhoog. Vanaf een plateau hebben we een goed uitzicht over de kleine waterval die zich in de nauwe 'canyon' omlaag stort. Het plateau voert ons tot boven de waterval. Na een bosrijk gebied met enkele poelen bereiken we vervolgens de steile 'canyon'-wand. Via steile trapjes en ladders klimmen we naar de 'rim' van de kloof. Vanaf een 'viewpoint' kijken we uit over de groene En Avdat midden in de dorre Negev. Bij de uitgang van het 'nature reserve' worden opgepikt door de bus en vervolgen we onze route naar de Kibboets Mashabei Sade, waar we vannacht overnachten.

Kibboets: In 1909 werd aan het Meer van Tiberias door een groep Oost-Europese jongeren de eerste kibboets opgericht. De kibboets was een collectief landbouwbedrijf, een soort agrarische commune, met een eigen leefpatroon. De leden werken voor de gemeenschap en hebben geen persoonlijke eigendom. De tijd dat de kinderen door de kibboets en niet door de ouders werden opgevoed is inmiddels verleden tijd. De kibboetsen hielden zich aanvankelijk alleen bezig met landbouw maar vervullen inmiddels een belangrijke rol in de industrie van Israël.

Het is 17.30 uur als we in de Kibboets arriveren. We luieren met z'n allen bij het luxe gastenverblijf. Een uurtje later geeft Ruben ons een rondleiding over het terrein van de kibboets. Terwijl we woningen, bunkers en de school passeren, verklaard Ruben het principe van deze typische Israëlische 'communes'. Het blijkt dat de kibboetsen langzaam vergrijzen. De jongeren zien nu meer in de normale maatschapij en besluiten meer en meer om na de dienstplicht (voor mannen en vrouwen) naar de stad te trekken. Tot slot bezoeken we de boerderij van de kibboets waar men net begint met het melken van de ± 250 koeien. Helaas trekt Ruben niet meer tijd uit voor de rondleiding, het is 19.30 uur en dus etenstijd. We dineren in de 'toeristen'-afdeling van de eetzaal, die centraal staat op het terrein van de kibboets. Hier worden we door Marie Louise uitgenodigd om, op het terras van het gastenverblijf, een borreltje te komen drinken op haar verjaardag. Met de groep kopen we een fles rode wijn en witte wijn als cadeautje. Froukje, een journaliste van de 'Gazet van Heerenveen' (?), komt wat later. De verkoper in de kampwinkel van de kibboets blijkt 20 jaar geleden uit Friesland te zijn vertrokken en is in deze kibboets neergestreken. De Friezin laat dit buitenkansje niet schieten en interviewt deze 'kibutznik'. Het is 23.00 uur als we gaan slapen.

 

10e DAG 12-04-1999 Kibboets Mashabe Sade - Masada - Dode Zee - Jeruzalem

Na het ontbijt wandelen we nog even door de kibboets. In tegenstelling tot ons beeld van een kibboets blijken de mensen alle voorzieningen en zelfs luxe te hebben. Naast uitstekend onderwijs en medische voorzieningen is er bijvoorbeeld een zwembad, midden in Negev! Temidden van dit alles staan de bunkers die met vrolijke kleuren beschilderd zijn.

Kibboets Mashabei Sade: Deze kibboets, die in 1947 werd opgericht, telt momenteel ± 270 leden en evenveel kinderen. Gezien het klimaat in de Negev wordt de landbouw ver buiten de kibboets beoefend. Op het terrein bevinden zich onder andere een kippenfokkerij en een boerderij met melkkoeien. De plaatselijke fabriek Sagiv die kogelkranen, onderdelen voor de industrie en gaskranen produceert, is de grootste kostwinner van de kibboets.

Masada: In 70 veroverden en verwoesten de Romeinen Jeruzalem. De Joodse verzetsstrijders (de Zeloten) trokken met hun gezinnen naar Masada. Hoewel de Romeinen deze rotsvesting belegerden, lukte het hen niet de berg te veroveren. Na 3 jaar lang bouwen aan de 'Roman Ramp', een helling tot aan de verdedigingsmuren van Masada keerden de kansen. De Romeinen reden hun stormram naar boven en sloegen een bres in de muren. De aanvoerder van de Zeloten had ingezien dat weerstand niet langer mogelijk was. Hij stelde zijn volk voor een dramatische keus, een leven als slaaf of zelfdoding. De meerderheid koos voor zelfdoding. Alle bezittingen werden verbrand met uitzondering van de voedselvoorraden om duidelijk te maken dat de vesting niet door gebrek aan voedsel was gevallen. Het lot wees 10 mannen aan die eerst de overige Zeloten om het leven brachten en vervolgens de hand aan zichzelf legden. Toen de Romeinen uiteindelijk het rotsplateau betraden vonden ze tot hun verbazing alleen lijken en waren verwonderd over zoveel moed.

Om 8.00 uur vertrekken we naar Masada. 1½ uur later arriveren we aan de achterzijde van de heuvel waar zich op de top de resten van deze beroemde rotsvesting bevinden. Op de parkeerplaats staan een Romeinse katapult en een stormram, decorstukken uit de televisieserie over de belegering van Masada. Via de Roman Ramp klimmen we naar boven en bedenken ons vanaf de 'rim' dat het aanleggen van deze helling een hoop moeite moet hebben gekost, rare jongens die Romeinen. We wandelen langs de uitzichtpunten en een aantal van de ruïnes op het plateau, namelijk: het Paleis van Herodes, het Thermengebouw en de Synagoge. Het wordt ons snel duidelijk dat de geschiedenis van de belegering van deze berg indrukwekkender is dan de resten van de vesting. Via het Slangepad, dat zijn naam dankt aan de vele bochten, dalen we af naar de snikhete vallei. Onderweg zien we de kampen en de muur die de Romeinen om Masada heen hebben gebouwd tijdens de belegering. Als de groep compleet is rijden we naar de oase En Gedi aan de oever van de Dode Zee.

Dode zee: Dit binnenmeer is het diepste punt ter wereld, bijna 400 meter onder het niveau van de Middellandse Zee. Door intense verdamping bevat de dode zee een buitengewoon hoog percentage zout, namelijk 33%. Hierdoor is er in of rond de 'zee' geen organisch leven mogelijk. Naast verdamping is het verbruik van water oorzaak voor het voortdurend dalen van de 'zee'-spiegel en daarmee het afnemen van de afmetingen (lengte 76 kilometer, breedte 16 kilometer).

En Gedi blijkt het prototype van een oase, grote groene palmbomen te midden van een hete dorre woestijn. Alleen de Dode Zee valt wat uit de toon. Ik (Paul) neem als eerste een 'duik'. Op advies van Bregje loop ik achteruit het water in en laat me vervolgens voorzichtig in het water zakken. Als een dobber schiet ik terug naar boven. Mijn armen en benen steken boven water uit. Hierdoor valt het zwemmen niet mee, het drijven daarentegen kost geen enkele moeite. Na enkele minuten dobberen maakt Monique een foto van mij en wordt het tijd het water te verlaten. Er is ons geadviseerd niet langer dan 15 minuten in het water te blijven omdat men door de combinatie van het zout en de zon op deze grote 'diepte' erg snel verbrand. Vervolgens is Monique aan de beurt om even te dobberen in het zoute water dat door de mineralen en het hoge zoutgehalte erg stroperig aanvoelt. Tot mijn (Paul) grote schrik constateer ik dat het fototoestel niet meer werkt als ik van Monique een foto wil maken. Na een paar kiekjes met de compact-camera komt Monique uit het water. Als we naar de douches lopen om het zout van onze lijven te spoelen stellen we vast dat het dobberen in de Dode Zee een ervaring is. In het restaurant eten we wat en concluderen daar dat het fototoestel stuk is.

Op verzoek brengen we een kort bezoek aan Bethlehem, inmiddels gelegen in autonoom Palestijns gebied. Via een drukke en zwaar bewaakte 'grensovergang' rijden we naar de Geboorte Kerk. In tegenstelling tot ons bezoek in '94 blijkt het enorm druk te zijn in de kerk. Er staan honderden mensen te wachten voor een bezoekje aan de grot waar Jezus geboren zou zijn. De zilveren ster die 'de' plaats markeert zien we dit keer dus niet. We verlaten het Palestijnse gebied en rijden langs de oude stad van Jeruzalem naar het, in de Moslimwijk gelegen, hotel.

Monique heeft hoofdpijn die waarschijnlijk wordt veroorzaakt doordat ze behoorlijk is verbrand in Aqaba. Ze besluit het diner (19.00 uur) te laten schieten. Na het eten breng ik haar wat fruit en werk vervolgens in de lobby het reisverslag bij. Voor ik ook ga slapen kijk ik nog even naar CNN om de laatste ontwikkelingen in de oorlog om Kosovo te vernemen.

 

11e DAG 13-04-1999 Jeruzalem (1)

Jeruzalem: De hoofdstad van Israël is door de eeuwen vaak het toneel geweest van oorlog. Hieraan liggen met name godsdienstige redenen ten grondslag. 'Jerushalayim' is namelijk voor 3 belangrijke godsdiensten een heilige stad. Koning David maakte Jerusalem reeds 3000 jaar geleden tot hoofdstad van zijn Joodse koninkrijk. Jeruzalem is ook voor het christendom heilig omdat Jezus er gewoond heeft en er werd gekruisigd. Tot slot is de stad naast Mekka en Medina ook voor de moslims een heilige plaats, omdat Mohammed van de berg Morhia op zijn gevleugde paard El-Burak naar de hemel reed. De spanningen tussen de aanhangers van deze godsdiensten duren hierdoor tot op de dag van vandaag voort.

Wailling Wall We staan om 7.00 uur op en lopen na het ontbijt met Joop en Marion 'Jerushalayim' (stad van vrede) in. Via de Lions Gate, één van de 8 poorten in de oude stadsmuren arriveren we in de Moslimwijk van de Oude Stad. Na wat zoeken vinden we de 'toeristen-ingang' naar het Tempelplein en de aangrenzende Klaagmuur. Onze rugzakken worden doorzocht terwijl we zelf door een metaaldetector stappen. Als we de tunnel uitlopen staan we na 5 jaar opnieuw voor de Westelijke Muur zoals de Wailling Wall officieel heet. De muur dankt zijn naam aan de treurende joden bij dit restant van de voor hun heilige tempel van koning Salomo. Terwijl Monique en Marion het voor vrouwen bestemde deel van de muur bezoeken, wandelen Joop en ik naar de 'mannenafdeling'. Bij het hek krijgt Joop een kartonnen keppeltje om het hoofd te bedekken, mijn petje voldoet blijkbaar. Het blijft een ervaring om de fanatieke joden voor de muur te zien 'headbangen' en bidden. Via de Wilsonboog lopen we langs het overdekte deel van de 19 meter hoge muur. Voorbij de bibliotheek met thorarollen worden we aangesproken door een Jood. Hij vraagt de namen van onze vrouwen en dreunt vervolgens een kort maar krachtig gebed voor ons op. Uiteraard doet ook hij niets voor niets en vraagt een bijdrage voor een synagoge. Als we op zoek gaan naar Monique en Marion betwijfelen we of onze bijdrage daadwerkelijk naar het goede doel gaat. Na opnieuw een controle klimmen we vanaf het tempelplein naar de top van de 740 meter hoge berg Morhia, de Tempelberg, die door de politieke situatie verboden is voor joden. Hier bezoeken we eerst de El-Aksa Moskee. Deze oudste moskee van het heilige land (705) werd in '69 in brand gestoken door een Australiër die dacht dat hij de koning van Jeruzalem zou worden. We komen op onze sokken tot de conclusie dat het interieur onder de zwarte koepel van de moskee erg sober is. Dome of the Rock We steken de tempelberg over naar de blikvanger van Jeruzalem, de prachtige met blauwe mozaïeken beklede Dome Of The Rock met de 43 meter hoge vergulde koepel. Gebouwd op de plaats waar zich het offeraltaar in de tempel van koning Salomo bevond, bepaald de 'dome' al 13 eeuwen het silhouet van de stad. Het interieur van de Rotskoepel blijkt eveneens prachtig te zijn. De top van de berg ligt centraal in het 8 hoekige gebouw onder een schitterende binnenkoepel. Vervolgens brengen we een bezoek aan het Islamic Museum. De oude spullen in dit museum maken niet zo'n indruk als de bebloede kleren van de moslims die in 1990 omkwamen tijdens gevechten op de tempelberg die volgden op de poging van een aantal joden om de tempelberg te betreden. Via de dichtgemetselde Golden Gate, een poort in de stadsmuur die volgens de joden pas weer bij de komst van de Messias wordt geopend, wandelen we naar de uitgang en verlaten de Tempelberg. We slenteren langs de winkeltjes en restaurantjes in de kleine straatjes van de inmiddels drukke 'shouk'. Op zoek naar de Via Delorosa, waarlangs Jezus de Kruisweg zou hebben gelopen, verdwalen we en komen uit bij de Damascus Gate uit. Na een kop thee bij deze poort gaan we opnieuw opzoek naar de Via Delorosa. We passeren een aantal staties langs de 'via' en bereiken aan het eind van de Kruisweg de Heilige Grafkerk die over Golgotha is gebouwd. Het blijkt in de kerk erg druk te zijn. Er staan 100den mensen in de rij voor het graf van Jezus dat wij in '94 gelukkig al hebben bezocht. Via de hoog in de kerk gelegen top van de Calvarië Berg, de plaats waar Jezus gekruisigd is, verlaten we kerk. We verlaten via de Jaffa Gate de oude stad en wandelen naar Mea Shearim, de wijk waar de orthodoxe joden wonen. Hoewel we gekleed gaan volgens de voorgeschreven kledingcode (hooggesloten) worden we door de joden volkomen genegeerd als we door hun sobere wijk lopen. We blijven ons verbazen over de kleding van dit volk, de lange haarlokken van de mannen, de kale koppen van de vrouwen en de vele kinderen die er door hun kapsel en kleding allemaal hetzelfde uitzien. Terug bij de Jaffa Gate pikken we een terrasje en gaan daarna op zoek naar de hoofdstraat van het oude Jeruzalem, de Cardo. Deze is afgebeeld in de mozaïek van Madaba die we in Jordanië hebben gezien. Vervolgens lopen we via de relatief nieuwe Joodse wijk langs de grote boog van de Hurva Synagoge terug naar de klaagmuur. Vanaf een hoog uitzichtpunt kijken we uit over het Tempelplein, waar nu veel meer joden staan te bidden, en de 1000den graven op de buiten de stad gelegen Olijfberg. We hebben honger en besluiten in de Ben Yuhuda Street te gaan eten. Ditmaal verlaten we via de Nieuwe Poort de oude stad en lopen naar deze straat met restaurantjes en winkeltjes. Bij een fotozaak informeer ik (Paul) naar de mogelijkheden om het fototoestel te laten repareren. Met een adres van een Minolta-'service center' op zak gaan we op zoek naar een restaurantje. Aan tafel legt de ober uit dat het 'service center' om de hoek is. Ik (Paul) loop er even heen en informeer naar de mogelijkheden. Na een lekker (duur) diner gaan we op zoek naar een taxi. We houden er één aan die ons voor 13.5 shekel naar het hotel wil brengen, althans dat denken we. Als het 35 shekel blijkt te zijn staan we 10 meter verder weer op straat. De volgende taxichauffeur vraagt echter ook 35 shekel, dus stappen we in en rijden naar het hotel. Hier praten we met een deel van de groep nog even bij en gaan daarna vermoeit naar de kamer. Gezien het resterende deel van de reis en het risico besluiten we het fototoestel hier niet te laten repareren. Omdat Monique nog niet helemaal fit gaan we vroeg (21.00 uur) slapen.

 

12e DAG 14-04-1999 Jeruzalem (2)

Yad Vashem Het is 8.45 uur als we samen met Joop, Marion, Marie Louise en Leo in een taxibusje (50 sjekel) vertrekken naar Yad Vashem, het holocaustmuseum van Israël. Met dit 'Monument van de Herinnering' herdenken de Israëli's het drama van de holocaust waarin 6 miljoen joden om het leven zijn gebracht door de Duitsers. Over de Avenue of the Righteous lopen we het park in. Langs deze Laan der Rechtschapenen zijn bomen gepland ter herinnering aan mensen uit diverse landen die hun leven hebben gewaagd om joden in veiligheid te brengen. Bordjes onder de bomen vermelden de namen van de redders, waaronder opvallend veel Nederlanders. De 'avenue' brengt ons bij de eigenlijke herinneringshal, de Hall of Remembrance (Ohel Yizkkor). Temidden van de namen van de 22 grootste vernietigingskampen brand, op de vloer van de duistere hal, een vlam. Vervolgens bezoeken we het museum waar middels niets verhullende foto's een beeld wordt geschetst van de gruwelen uit de 2e wereldoorlog. Als ze al komen vragen we ons af wat bezoekers uit de 'heimat' van het monument en deze tentoonstelling in het bijzonder zullen vinden. In de Hall of Names, een bibliotheek met namen van holocaust-slachtoffers, zijn 50 jaar na dato bezoekers op zoek naar informatie over hun naasten. Via de Herinnerings-muur lopen we naar de Garden of the Righteous Among the Nations. In deze tuin worden op muren per land de namen langs de Avenue of the Righteous aangevuld. Het Memorial to the Deportees blijkt een halve brug met daarop een wagon van de 'Deutsche Bundesbahn' die daadwerkelijk gebruikt is voor het deporteren van joden naar de vernietigingskampen. In de kunstmatige Vallei van de Verwoeste Gemeenschappen worden de namen van 4500 vernietigde Joodse gemeen-schappen in Europa herdacht. Tot slot bezoeken we één van de meest bijzondere monumenten van Yad Vashem, het Memorial of the Children. In dit monument wordt het licht van 5 kaarsen eindeloos weerkaatst tot 1000den lichtpunten, die de in de holocaust omgekomen kinderen symboliseren. Terwijl we door de donkere gangen van het 'memorial' lopen worden er namen van deze kinderen voorgelezen. Veel toeristen raken geëmotioneerd tijdens hun bezoek aan het Monument van de Herinnering. Ook wij zijn onder de indruk en vol onbegrip over de Duitsers in de 2e wereldoorlog en verlaten om 12.00 uur, veel later dan gepland, het indrukwekkende Yad Vashem: 'een plaats en een naam' (Jesaja 56:5).

In verband met de tijd en het mooie weer laten we het bezoek aan de Schrijn van het Boek, het museum waar de Dode Zeerollen worden tentoongesteld, schieten. In plaats daarvan lopen we, samen met Joop en Marion, naar de vlakbij gelegen Mount Hertzl. Op de top van deze heuvel liggen, op een militaire begraafplaats, een aantal grote namen uit de Israëlische geschiedenis begraven. We bezoeken het graf van Theodore Hertzl (de grondlegger van de staat Israël), Golda Meir en de in '95 vermoorde Yitzhak Rabin. Op de graven liggen volgens Joods gebruik kleine steentjes.

Omdat we inmiddels genoeg hebben van doden, oorlog en monumenten besluiten we terug te gaan de drukke gezellige oude stad. Terwijl we op Mount Hertzl op de bus staan te wachten (12.45 uur) vind Monique een briefje van 50 shekel. We rijden in een halfuurtje naar de oude stad. Via de Nieuwe Poort en de Armeense Wijk lopen we naar de Jaffa Gate en drinken daar van de gevonden sjekels wat op het terrasje. Vervolgens beklimmen we naast de 'gate' de oude stadsmuren. De muren voeren ons langs het dagelijkse leven in de oude stad dat in de 'shouk' verborgen blijft. We kijken uit over de oude gebouwen met hun binnenplaatsjes, scholen, opvallend veel sportveldjes en een gigantische hoeveelheid vuilnis. Onderweg worden we getrakteerd op een aantal mooie panorama's over de oude stad met de Geboorte Kerk en de Dome of the Rock als markante herkenningspunten. Op de Damascus Gate kijken we over de schouder van een militair mee naar het gekrioel in de straat die hij bewaakt. Wat verder op de muur bereiken we de Tempelberg en het eindpunt van de wandeling. Op dit punt hebben we een prima uitzicht op de Olijfberg, waarvan de flanken bezaait zijn met een aantal kerken en 10. 000den Joodse graven. Omdat de draaideur bij de uitgang van stadsmuren kapot blijkt, klimmen we over een hek en lopen terug naar de Lions Gate. Hier kopen we wat te drinken en besluiten dat de Olijfberg het volgende doel is.

Mount of Olives Aan de voet van de Olijfberg bezoeken we de Kerk van Alle Volken. Via de Russische Kerk van Maria Magdalena, met de 7 uivormige gouden koepels in de steigers, klimmen we langs de vele Joodse graven naar de Dominus Flavius Kerk. Omdat we toch bijna boven zijn besluiten we verder te lopen naar het Morhia Observation Point, voor het 7 Arches Hotel, op de top van de Olijfberg. Hier genieten we van het uitzicht over Jeruzalem met opnieuw de Dome of the Rock als blikvanger. Weer beneden brengen we een bezoek aan het Graf van Maria, dat we nog kennen van ons bliksembezoek in '94. Vervolgens 'hiken' we naar een markt die we tijdens de wandeling over de stadsmuren hebben gezien. Als blijkt dat hier alleen 2e hands troep wordt verkocht lopen we terug naar de Damascus Gate.

In dit minder toeristisch deel van de oude stad waar de lokale bevolking de eerste levensbehoeften koopt pikken we een terrasje en blazen even uit. Het is inmiddels etenstijd en dus gaan we op zoek naar een restaurantje bij de 3e statie van de Kruisweg in de moslimwijk. Na een lekkere maaltijd lopen we samen met Marie Louise en Leo, die toevallig passeren, terug naar het hotel. Onderweg zoeken we tevergeefs naar een fles wijn voor Joop en Marion. Het is ± 20.00 uur als we, moe van de 2e marathon door Jeruzalem in 2 dagen, arriveren in het hotel. Onder het genot van een pilsje kletsen we bij met Marie Louise, Leo en Bregje. Een uurtje later gaan we slapen.

 

13e DAG 15-04-1999 Jeruzalem - Jericho - Beth Shean - Nazareth - Tiberias

Om 8.30 uur vertrekken we naar Jericho, de oudste stad ter wereld. Terwijl Ruben een (te) lang verhaal afsteekt, kijken wij naar het, tegen de bergen gelegen, oude Klooster Qarantal. Als hij eindelijk klaar is met zijn uitleg, lopen we vol verwachting naar de ruïnes. De Tel Al-Sultan (tel = heuvel) bevat een aantal gaten waarin met wat fantasie de beroemde muren van Jericho te herkennen zijn. Na een rondje door deze 'bouwput' hebben we er genoeg van en lopen terug naar de bus. Hier staat Ruben al weer te zwaaien met bonnen waarmee wij korting (?) en hij provisie (!) krijgt op diverse producten (Ahava (Dode Zee producten) en GBR) die te koop zijn in het restaurant bij dit tegenvallende nationale park.

Jericho: Uit onderzoek blijkt dat er zich in de onderste bouwlagen van de Tel Al-Sultan resten bevinden uit 7000 voor Christus. Hoewel de muren van Jericho 17 maal verwoest zouden zijn, ontbreekt voor het bijbelverhaal, dat beschrijft hoe een volk 7 maal rond de stad trekt en vervolgens door te schreeuwen de stadsmuren in laat storten, elk bewijs.

De volgende stap is bij de vlakbij gelegen ruïnes Khirbet Al-Mafjar. Op een aantal mozaïeken en een stervormig venster na maken de resten van het oude kasteel niet veel indruk tijdens de korte en hete wandeling.

Khirbet Al-Mafjar: De ruïnes van dit winterpaleis van de Omajadenkalief Hisham, lange tijd gebruikt als steengroeve, werden in 1937 teruggevonden. De opgravingen geven een goede indruk van de rijkdom en luxe in die tijd. Met name een aantal badhuizen, mozaïeken en een stervormig venster zijn goed bewaard gebleven.

We volgen de Jordaan naar het noorden en stoppen bij Beth Shean, één van de grootste archeologische vindplaatsen van Israël. Terwijl Paul op eigen houtje de opgravingen bekijkt verteld Ruben het verhaal van deze stad. Men past hier een ongebruikelijke archeologische methode toe. Men graaft de oudheden namelijk op en start meteen met de restauratie ervan. Via verzakte wegen passeren we de door aardbevingen verwoeste Romeinse bouwwerken. Ik (Paul) beklim de lokale 'tel' die uit 20 bouwlagen zou bestaan. De opgravingen bovenop de heuvel zijn niet interessant. Het uitzicht over de Jordaan en de resten van Beth Shean daarentegen wel. Eens moet Beth Shean indrukwekkende stad zijn geweest. Deze indruk wordt bevestigd door de maquettes en tekeningen die bij de opgravingen staan. Na een kort bezoek aan het (te) ver gerestaureerde Romeinse Theater laten we om 14.00 uur dit nationale park achter ons en vertrekken naar Nazareth.

Beth Shean: Tot 1989 werd dit nationale park vooral bezocht vanwege het goed bewaarde theater uit de Romeinse tijd. Sindsdien is in de directe omgeving een grote Romeins-Byzantijnse stad opgegraven. De oudste woonlaag van de 'tel' stamt uit 5000 v. Chr. Sinds de Egyptische farao Toetmosis III van deze bijbelse stad in de 15e eeuw v. Chr. een militaire basis maakte, is Beth Shean bewoond door diverse volkeren en een aantal maal verwoest door aardbevingen.

In Nazareth bezoeken we de Basilica of the Annunciation. Deze Basiliek van de Maria Boodschap is reeds de 5e kerk die boven het huis van de heilige familie is gebouwd. Hoewel de moderne kerk geheel uit beton opgetrokken is, blijkt het interieur in alle eenvoud bijzonder mooi te zijn. Het altaar bevind zich naast de resten van de eerdere kerken die hier hebben gestaan. Op de 2e verdieping bevinden zich fresco's met Maria afbeeldingen geschonken door diverse landen. Zo hangt er bijvoorbeeld een, met goud en parels ingelegde, afbeelding uit Japan van Maria in Kimono! In de crypte van de aangrenzende St-Jozefkerk bezoeken we vervolgens de grot waar zich de werkplaats van Jozef zou hebben bevonden.

Terwijl we door de tegenvallende plaatselijke 'shouk' lopen, overleggen we met een deel van de groep wat we moeten doen met het feit dat Bregje ons vanavond al moet verlaten omdat haar volgende groep 2 dagen te vroeg in Amman aankomt. Paul stelt voor om haar vanavond naar Nederland te laten bellen om Djoser te laten weten dat de groep het niet eens is met de gang van zaken. Wij delen zijn mening. Een uur later (17.00 uur) zijn we in Tiberias, gelegen aan het Meer van Tiberias. We luieren wat tot het om 18.30 uur tijd is voor een evaluatie van de reis. Bregje deelt ons echter onverwacht mede dat ze besloten heeft ons tot in Netanya te begeleiden. Naar onze mening heeft ze, volledig tegen de zin van Djoser, de juiste beslissing genomen. Dus wordt er niet naar Nederland gebeld, volgt er nu geen evaluatie maar gaan we lekker eten. Met een taxibusje rijden we naar 'downtown' Tiberias, aan de oever van het meer. Als de chauffeur wegrijdt komt Berend tot de ontdekking dat zijn camera nog in de taxi ligt. We rennen naar de taxistandplaats en kijken tevergeefs uit naar het taxibusje. Een taxichauffeur verteld me (Paul) dat er een goede kans is dat de chauffeur bij de taxicentrale pauzeert of wacht op zijn volgende klus. Als Berend en Michiel terugkomen van de centrale blijkt hoeveel geluk de Fries heeft gehad. Ze hebben niet alleen de taxi gevonden maar ook de camera, die nog onder de stoel lag. Vervolgens dineren we aan de oever van het meer. Als we terug wandelen naar de taxistandplaats verdwalen Berend en Julia. We besluiten met een deel van de groep alvast terug te rijden naar het hotel. Door een ongelofelijk toeval stappen we in hetzelfde taxibusje als waarin Berend zijn camera heeft laten liggen! In het hotel blijkt dat, terwijl Berend Julia het verhaal van het fototoestel nogmaals uitgelegd, ze verkeerd zijn gelopen. Het is 23.00 uur als we gaan slapen.

 

14e DAG 16-04-1999 Tiberias - Tabgha - Kapernaüm - Akko - Caesarea - Netanya

Na een uitgebreid ontbijt vertrekken we (8.30 uur) naar de 'Brot Vermehrungskirche' in het plaatsje Tabgha. Naast de mozaïeken is er in het kerkje niet veel te zien. We vinden het typisch dat de Duitsers, met hun holocaustverleden, het juist in dit land voor elkaar krijgen een dergelijke Duitse naam op de gevel van een kerk op een heilige plaats te plaatsen.

Tabgha: Aan de oever van het Meer van Tiberias is met Duits geld een kerkje gebouwd op de plaats waar Jezus 5 broden en 2 vissen zou hebben vermenigvuldigd om 5000 mensen te voeden. Het kerkje is gebouwd op de resten van een 5e eeuwse Byzantijnse kerk waarvan de mozaïekvloer, met afbeeldingen van de vermenigvuldiging, nu nog te bezichtigen is.

Kapernaüm: Ook de resten van dit dorp liggen aan de oever van het Meer van Tiberias. Behalve de ruïnes van wat huizen en de Synagoge waar Jezus preekte is er niet veel over van Kapernaüm. Aangrenzend ligt de ruïne van een achthoekige Byzantijnse kerk. Onder deze kerk zijn vissershuizen gevonden, waarvan er één wordt aangeduid als het Huis van Petrus, die hier burgemeester zou zijn geweest. Boven de kerk is in '89 een pelgrimskerk in de vorm van een schip (?) gebouwd.

Na Tabgha maken we een korte stop bij het antieke Kapernaüm. Na 2 weken oudheden beginnen we ons, mede gezien het tempo van de laatste dagen, als Japanse toeristen te voelen die van de ene opgraving naar de andere worden gesleept. Bus in, bus uit, bus in, bus uit…… Mede hierdoor en het feit dat er eigenlijk niet veel te zien is maakt dat we van de opgraving niet echt onder de indruk zijn. De Pelgrimskerk die volgens Ruben op een schip zou lijken doet ons denken aan een UFO. We vervolgen onze route langs het meer. Na een koffiestop bij de Kibboets Nof Ginosar rijden we naar Akko.

Akko: Één van de oudste steden van Israël is Akko, gelegen aan de Middellandse Zee. Reeds in de 15e eeuw v. Chr. veroverde farao Toetmoses III de stad en liet de naam in één van de tempels van Karnak beitelen. Naast de Egypte-naren, Romeinen, Arabieren en Kruisvaarders was Napoleon één van de veroveraars van Akko. De vele veroveringen en vernielingen resulteerden in een groot aantal bouwlagen. Een voorbeeld van zo'n bouwlaag is de Citadel uit de 18e eeuw. Men wilde deze Citadel op de resten van de Kruisvaardersvesting bouwen, maar de vrees bestond dat deze het gewicht niet zouden kunnen dragen. De vesting werd met puin en zand gevuld en de Citadel gebouwd. Bij de restauratie, die in 1950 startte en nu nog niet is afgerond, werd de vesting leeg gehaald en verstevigd zodat deze de Citadel kon dragen. Hierdoor werden de vesting en de Citadel, naast de stadsmuren, de karavanserais en de haven toeristische trekpleisters.

We gaan de oude stad via de Kruisvaardersburcht binnen. Het eerste deel van de enorme gewelven is goed gerestaureerd. Wat verder onder de Citadel zijn delen van het gewelf afgesloten omdat de restauratie hier nog niet is afgerond. Enorme betonnen constructies stutten de oude vesting om te voorkomen dat het dak onder de eveneens oude Citadel zou bezwijken. Via een aantal zalen en een karavanserai (?) bereiken we een 65 meter lange tunnel die ons naar de Citadel brengt. In een gewelf bij het eind van de tunnel zien we vleermuizen hangen. We steken de Citadel over en bereiken, na een bezoek aan de Karavanserai Khan en-Umdan, het haventje van Akko. Via de stadsmuren en de 'shouk' wandelen we terug. Voor we om 13.45 uur naar de havenplaats Haifa vertrekken, eten we op een terrasje een broodje falafel.

Terwijl we Haifa zelf links laten liggen, rijden we naar de top van Mount Karmel. Vanaf deze berg kijken we uit over de grootste havenstad van Israël. Op de flanken van Mount Karmel ligt de Perzische Tuin en het Mausoleum van de Bahai. In deze tempel bevind zich het geestelijke en administratieve centrum van de Bahai-godsdienst, die wereldwijd zo'n 5 miljoen aanhangers heeft. Deze godsdienst is gebaseerd op de (politieke) gedachte dat de aarde slechts één land is. Een 'wereld parlement' zou de bodemschatten en energie-bronnen moeten beheren, vrede moeten waarborgen en het welzijn van de bevolking behartigen. We laten Bahai voor wat het is en vervolgen onze route naar het antieke Caesarea.

Caesarea: Deze stad was voor de Romeinse vloot een belangrijke basis aan de Middellandse Zee. Na de Byzantijnse tijd veroverden de Kruisvaarders de stad. De verdedigingswerken, die zij rond de stad bouwden, konden niet voorkomen dat de stad in 1265 opnieuw viel. Grotendeels verwoest raakte zij bedekt door zand en diende jarenlang als steengroeve.

We arriveren vlak voor sluitingstijd in Caesarea. Het bezoek aan deze antieke stad blijft daarom beperkt tot het (te) ver gerestaureerde amfitheater, het zoveelste deze vakantie. Het valt ons op dat de grond in dit nationale park bezaait is met potscherven uit de Kruisvaarders tijd. Na een korte stop bij een dubbel Romeins aquaduct, dat water over een afstand van 17 kilometer van Mount Karmel naar Caesarea bracht, rijden we door naar de badplaats Netanya. Om 17.00 uur arriveren we in het laatste hotel van deze reis. We zetten na het welkomstdrankje de spullen op de kamer en gaan vervolgens samen met Monique (2) een terrasje pikken in het centrum van de stad. Indien er anderen gezamenlijk willen eten worden ze door ons om 18.30 uur voor de Hapoalim Bank verwacht. De enige die nog komt opdagen is Michiel. Met z'n vieren eten we verrukkelijk bij restaurant Cherry (?). Om 22.00 uur gaan we op stok.

 

15e DAG 17-04-1999 Netanya

Vandaag slapen we uit tot 8.45 uur. Als we opstaan blijkt dat het geen strandweer is. Daarom gaan we samen met Monique (2) lekker op het terras van het restaurant London zitten. Het is zondag en dat verklaart waarom de lokale bevolking in chique kleding over de boulevard flaneert. Terwijl we wat eten en drinken, lekker luieren en mensen kijken, werken we het vakantieverslag bij. Af en toe komt er iemand van de groep even bijzitten om wat te drinken. Desondanks 'consumeren' we naar de mening van de bedrijfsleider niet genoeg, hij komt namelijk snauwerig vragen of we alleen maar wat zitten te zonnen of ook nog iets bestellen. Hij druipt af als we hem duidelijk maken wat we al 'verbruikt' hebben en al weer besteld hebben. Volgens de ober, die even later het nieuwe rondje komt brengen, betekende het allemaal niets. Maar wij hebben genoeg van dit terras en besluiten een strandwandeling te gaan maken.

We lopen een paar kilometer langs het strand en 'jutten' onderweg wat. Op de terugweg ontdekken we Anneke en Roelie op het strand. Terwijl ik (Monique) samen met Monique (2) wat klets met de dames gaat Paul terug naar het hotel. Nadat we met vieren nog een terrasje hebben gepikt gaan ook wij terug naar het hotel.

Netanya: Het brede zandstrand, de boulevard, diverse toeristische voorzieningen en de drukke hoofdstraat Herzl Street maken van Netanya een populaire badplaats. Daarnaast is de in 1928 gestichte stad bekend om zijn diamantindustrie. Deze werd na de 2e wereldoorlog, met Nederlands/Belgische steun, opgezet. Netanya is sinds vele jaren de grootste exporteur van geslepen diamant ter wereld.

Het is 18.30 uur als we in de lobby van het hotel beginnen aan de evaluatie van de reis. Op de Israëlische gids Ruben na krijgt de reis een dikke voldoende. Een uur later gaan we gezamenlijk eten in het restaurant London. Opnieuw ligt de bedrijfsleider dwars. Hoewel Bregje een tafel in het restaurant heeft besteld zegt hij ons alleen een tafel op het terras aan te kunnen bieden. Dit terwijl zijn restaurant binnen vrijwel leeg blijkt te zijn. Als we aanstalten maken om naar een ander restaurant te gaan bind hij in. De bedrijfsleider is snel vergeten als de enorme porties erg lekker blijken. 'Friesland' stelt enthousiast voor snel een reünie in het verre Heerenveen te organiseren. Als één en ander afgesproken is wandelen we terug naar het hotel. Om 22.00 uur gaan we slapen.

 

16e DAG 18-04-1999 Netanya - Amsterdam -Tilburg

Bregje vertrekt om 8.00 uur naar het vliegveld voor haar vlucht naar Amman. We zwaaien haar uit en gaan daarna ontbijten. Omdat we pas om 12.30 uur naar het vliegveld gaan hebben we nog een paar uur in Netanya.

Via Herzl Street wandelen we in zo'n 20 minuten naar een grote 'shopping mall'. We zijn te vroeg, de meeste (luxe) winkeltjes zijn nog gesloten. Omdat het vandaag wel strandweer is en er verder niet veel te zien is in de stad lopen we terug en gaan op het vrijwel lege strand liggen. Als ik (Paul) ga zwemmen blijkt het water van de Middellandse Zee onverwacht veel kouder te zijn dan dat van de Rode Zee. Het is 11.00 uur als we teruggaan naar het hotel. We nemen een douche en pakken de rugzakken in.

Precies om 12.30 uur worden we door een oude Israëliër met een luxe bus opgepikt. Tijdens de rit naar het, vlakbij Tel Aviv gelegen, vliegveld probeert hij tevergeefs veel te dure videobanden en boeken over Israël aan ons te slijten. Om 13.15 uur arriveren we op het vliegveld.

Hier worden we als groep in een rij gezet en begint de strenge controle van de Israëli's. Omdat wij vooraan staan in de rij, krijgen wij als eerste de gebruikelijke vragen. Omdat we als groep inchecken worden er ditmaal ook vragen over andere groepsleden gesteld. Vervolgens zijn de groepsleden achter in de rij aan de beurt. Blijkbaar komen de antwoorden niet voldoende overeen, er wordt namelijk besloten tot een individuele controle. Ondanks een aantal nieuwe vragen zijn wij vrij snel klaar. Om 13.45 uur zijn we door de 'security check' en de paspoort controle. We checken in, halen een gratis krant en instaleren ons bij de 'gate'. Een klein aantal groepsgenoten volgt snel maar het duurt toch nog een uur voor iedereen door de controle is.

Het vliegtuig blijkt op tijd te zijn en daarom stijgen we volgens planning om 16.00 uur op. Onderweg zetten we de klok weer een uur terug. Blijkbaar hebben we wind mee gehad, want we landen een kwartier eerder dan de verwachte aankomsttijd (19.45 uur) in Amterdam. Ons bezoek aan het koninkrijk Jordanië en het Heilige Land zit erop.


Terug naar het begin reisverslag Jordanië




HomeDagaanbiedingenAutohuurHotelsKortingsactiesVakantiehuizenVakantieparkenVliegtickets ReisverhalenLandeninformatieHelp