TravelSource.nl Logo  
 Home Page  Reisverhalen  Deals  Hotelreserveringen  Landeninfo  Reisboeken  Tips  Help
 Afrika Auteur : Josine van der Wal
 Azië
 Australië E-mail adres : josinevdwal@hotmail.com
 Europa
 Noord Amerika Homepage adres : http://www.reisvirus.nl
 Zuid Amerika
 Wereldreizen Reisverhalen : India      Nepal      Peru      Tanzania & Malawi

Reisverhalen Afrika Reisverhalen Zuid Amerika Reisverhalen Noord Amerika Reisverhalen Europa Reisverhalen Azië Reisverhalen Australië
  Tanzania & Malawi reisverslag Josine van der Wal

Tanzania & Malawi 2001


Dag 5 t/m 7

Alweer een hoogtepunt: bezoek aan de Hadzabe

Terwijl de zon langzaam opkomt over het Afrikaanse landschap rijden we richting de Hadzabe, een stam die voornamelijk leeft van de jacht. Er zijn nog maar een paar honderd mensen over van deze zeer primitieve stam, die vooral rondom Lake Eyasi leeft en van tijd tot tijd verder trekt om een geschikte verblijfplaats te zoeken waar genoeg wild zit. Ze leven in de open lucht zonder dak boven het hoofd. Door dichte begroeing komen we op een grote open plek en zien onder de bomen groepjes mensen bij elkaar zitten, een stuk of vijfentwintig, zich warmend rond een vuurtje. De eerste zonnestralen geven de aarde en de bomen een zachte gloed. Ik voel me een indringer, het ziet er zo rustig en vreedzaam uit. Vrouwen en kinderen zitten bij elkaar, onder een andere boom zitten wat mannen en jongens te roken. Onder elke boom ligt een dierenvel waar ze op zitten. Het is al snel duidelijk wie de belangrijkste mannen zijn in de groep; er loopt er één in een bavianenhuid, de staart bengelt tussen zijn benen, een ander heeft een indrukwekkend hoofdversiersel, ook gemaakt van één of ander dier. De anderen lopen ook in dierenvellen, maar wat eenvoudiger.


We mogen mee op jacht; dat is de belangrijkste bezigheid van deze mensen.


Ze zijn er minstens 6 uur per dag mee bezig. Het kost ons moeite het groepje mannen bij te houden, ze lopen stevig door, af en toe staan ze stil om te luisteren waar het wild zich schuil houdt en rennen dan weer een stukje verder. Een aantal keer wordt er een pijl afgevuurd in de bosjes en in de bomen, zonder resultaat. Het gaat verder de bush in. Na nog een tijdje gelopen te hebben is het wel raak; er is een parelhoender uit de boom geschoten! Niet te geloven wat er nu gebeurt. De jongen die hem heeft geschoten draait 'm eerst een paar keer goed de nek om, zet vervolgens zijn tanden erin en kraakt de kop van het beest. Nog wat stuiptrekkingen en dan is het voorbij. De jagers maken binnen een minuut een vuurtje, verzamelen wat hout en bladeren, knielen er omheen, plukken het beest en roosteren het vervolgens op het vuur. Het is duidelijk dat ze er van genieten, luid smakkend doen ze zich te goed aan hun maal. We krijgen ook een hapje aangeboden maar het lijkt ons verstandiger dit beleefd af te slaan. We wijzen naar onze magen en hopen dat ze het begrijpen. De Hadzabe kennen een zogenaamde kliktaal, wat het communiceren er niet makkelijker op maakt.

Binnen een minuut is er vuur en wordt de parelhoender geroosterd.

We vinden dit eigenlijk wel een fantastische plaats om een groepsfoto te maken, tussen de Hadzabe, en Jan haalt zijn statief uit de jeep. De Hadzabe weten niet wat er gebeurt, ze kijken met grote ogen toe hoe wij onze camera's om de beurt op het statief plaatsen en met de zelfontspanner vervolgens de groepsfoto maken. Onder de indruk van deze primitieve stam rijden we even later richting Lake Eyasi, waar twee mannen bezig zijn met het winnen van zout. We waaien hier een tijdje uit en rijden terug naar onze campsite, waar we lunchen. Bavianen houden ons goed in de gaten vanuit de bomen boven ons, af en toe ziet er één kans om supersnel een banaan weg te grissen. Super brutaal, deze beesten. We breken de tenten af en nemen de weg terug naar Arusha. Een paar uur later slaan we onze tenten weer op, deze keer op Masai Campsite.

 

Zondag - rustdag in Arusha

We brengen een bezoek aan een kerkje in Arusha. We worden hartelijk welkom geheten, krijgen te drinken en mogen helemaal vooraan gaan zitten. De ene toespraak na de andere volgt, en na een tijdje hebben we door dat het niet echt een kerkdienst is maar dat er iemand -een voorganger?- afscheid neemt omdat hij gaat emigreren naar Canada. Het gaat er allemaal heel feestelijk aan toe, er zijn koren uitgenodigd die regelmatig uitbundig fantastische liederen laten horen. Wat kunnen die Afrikanen zingen! Het moet een hooggeplaatst persoon zijn die afscheid neemt; voorin de kerk is op een podium een tafel neergezet en daarachter zit de man in kwestie met links en rechts van hem een aantal welgestelde mensen die de gezichten strak in de plooi houden en alles minzaam aanhoren. Dan worden de kado's overhandigd. Niet zo van: alsjeblieft, dit is voor jou, doe er wat leuks mee en klaar, nee, het is een serieuze ceremonie die gepaard gaat met veel zang en dans. Alles bij elkaar duurt het hele gebeuren eindeloos, wij mogen na drie uur op een bankje te hebben gezeten weg...

Het swingt de pan uit... echt Afrikaans!

 

Te voet op safari in het Arusha National Park

De weg naar het Arusha NP is bar slecht. Zo slecht hebben we nog niet eerder gehad. Ik wordt er kotsmisselijk van en ben dan ook blij als we op een gegeven moment de jeep uit mogen. Met een gewapende parkwachter gaan we lopend het park verkennen. Al heel snel passeren we een kudde buffels op enkele tientallen meters afstand. Je voelt je een heel stuk nietiger zo, te voet in plaats van in een veilige jeep, vlakbij zo'n kudde onberekenbare beesten... Maar het niet kinderachtige wapen dat de ranger om z'n schouder heeft hangen stelt me gerust. Giraffes zien we ook al snel, deze keer van zeer dichtbij. Ze zijn met z'n vieren en komen langzaam maar zeker op ons af gestapt met hun sierlijke gang. Ze zijn net zo benieuwd naar ons als wij naar hen en op een gegeven moment staan we recht tegenover elkaar en nemen elkaar aandachtig op. Ik moet oppassen dat ik niet teveel foto's neem, maar dit is ook zoiets moois. Dit park staat bekend om zijn uitbundige en gevarieerde vegetatie, het is dan ook een schitterend plaatje: giraffes, daarachter de buffels en een achtergrond van zonnige heuvels in verschillende tinten groen. We lopen verder en komen langs een waterval. Vele soorten vogels fladderen voorbij en hoog boven ons zweven roofvogels.


Dan moeten we weer langs de buffels, deze keer nóg dichterbij. Ze staan ons aandachtig op te nemen, het lijkt of ze denken: nog één stap dichterbij en dan ben je toch echt te ver gegaan...


Tientallen giraffes zien we in het Arusha National Park; dit blijft ontzettend mooi!

Hierna verkennen we het park verder per jeep. We hebben een mooi uitzicht over het park, zien zebra's en ook weer vele giraffes. Over steile en smalle weggetjes -het is soms maar goed dat we 4WD hebben...- gaat het richting de rand van de Ngurdotokrater. We zien een aantal Black and White Colobus Monkeys boven onze hoofden zwaaien in de bomen. Op de kraterrand genieten we even van het uitzicht; ver beneden ons zien we vele stipjes, waarschijnlijk gnoes en buffels. De krater zelf is niet toegankelijk. Veel tijd hebben we niet, we moeten op tijd het park weer uit zijn. Het is een lange weg terug naar beneden. Aangekomen in Arusha gaan we nog even langs bij Moon safaris om de afgelopen dagen te evalueren en afscheid te nemen van Jackson en Amici. De rode wijn bij de pizza zorgt er later voor dat ik vertrokken ben zodra m'n hoofd het kussen raakt.

Dag 8 t/m 10

Door een schitterend landschap naar Dodoma

Temidden van wringende Afrikaanse lijven in het gangpad, jengelende kinderen aan de borst van mamma, een ijverig claxonerende chauffeur, niet nader te definiëren videofilms en ranzige okselgeuren, doe ik vergeefse pogingen m'n slaap voort te zetten. De wekker ging vanmorgen al om 5.00 af, maar na een uur ben ik alweer over de ergste slaap heen en kan ik genieten van het landschap wat aan mij voorbij schiet; her en der machtige Baobab-bomen, mini-hutjes, vrouwen in kleurrijke kleding met emmers en manden op het hoofd, enthousiaste, zwaaiende kinderen. We sjezen in een lekker tempo over de weg en passeren op een gegeven moment een gekantelde bus in de berm. Tsja, dat soort dingen zijn hier helaas geen uitzondering. Om een uur of 11.00 last de chauffeur een korte stop in en doen we ons te goed aan heerlijke, super- vette en zoute patat.

Een onverwachte ontmoeting, onderweg naar Dodoma.

Na een rit van elf uur komen we aan in Dodoma, de hoofdstad van Tanzania. Direct als we uitstappen op het busstation, valt het ons op dat het hier een stuk armer is dan in Arusha. We worden omringd door taxichauffeurs en een stel straatjongens in vieze en gescheurde kleding die ons ook wel interessant vinden. Het is hier wel oppassen; ze proberen onze aandacht af te leiden van de bagage door onderling ruzie te gaan staan maken, maar daar trappen we niet in. Jan regelt twee taxi's om ons naar het Saxon Guest House te brengen. De taxichauffeurs zijn dolgelukkig dat ze werk hebben, het straalt van hun gezichten af. De ene taxi moet even aangeduwd worden, maar dan doet 'ie het ook. Het Saxon Guest House blijkt super klein en knus te zijn; er zijn een paar kamertjes en een gezellig binnenplaatsje. Het is eenvoudig maar netjes en onderhouden, de mensen zijn vriendelijk. Men spreekt amper engels hier, maar we komen er met handen en voeten ook wel uit. Na een korte wandeling door de stad komen we een geschikt restaurantje tegen waar we een heerlijke, taaie kip verorberen, CNN nieuws kijken en dus weer een beetje op de hoogte zijn van het reilen en zeilen in de rest van de wereld.

 

Een hele dag bovenop de bus naar Iringa

Jan is de eerste die met het idee komt om bovenop de bus te gaan zitten, in plaats van er in. De gedachte aan frisse lucht op dit moment is erg aanlokkelijk, moet ik toegeven. We hebben met z'n zessen allemaal een zitplaats weten te bemachtigen in een heerlijk gammele bus die ons naar Iringa moet brengen, nog verder richting de grens met Malawi. Werkelijk elk leeg plekje in de bus is economisch opgevuld; het gangpad staat vol met zwetende lijven van dikke moeders met lieve baby's, magere ouden van dagen, jonge meisjes in prachtige kleurrijke kleding en nieuwsgierige kinderen die er wel lol in hebben. Toch is het hier opvallend rustig, niks geen irritaties zoals wij geneigd zijn te hebben in dit soort omstandigheden. De Tanzanianen blijven lachen. Maar de gedachte aan een Wubbo-Oksels-vrije-lucht op het dak geeft de doorslag. Een half uur later hebben we ons er geïnstalleerd, en wel tussen de tomaten, de kippen, grote zakken pinda's, onze rugzakken en een aantal gespierde sjouwers. Zij vinden het wel komisch, zes blanken op hun dak.

Naast het feit dat we hier frisse lucht kunnen inhaleren, hebben we ook nog eens een magnifiek uitzicht op het Afrikaanse landschap wat aan ons voorbij trekt.

Enorme vlakten, bezaaid met boabab bomen. Af en toe passeren we een dorpje. Kinderen zien onze bus al van ver aankomen en rennen al zwaaiend en roepend naar de weg. "Mzungu! Mambo!" Ze vinden het schitterend als wij antwoorden in het Swahili, wat we ons intussen al aardig eigen hebben gemaakt. "Mambo vipi! Habari!" Vrouwen zijn bezig met de was, het bereiden van het eten of onderweg om water te halen en stoppen hun bezigheden om ons enthousiast te groeten. Een kudde koeien, vaak gehoed door een kind; bruine, zwarte en lichte tinten in een oneindig rood landschap. Af en toe stoppen we bij een dorpje om het dak van de bus bij te vullen. De chauffeur kondigt zijn komst een honderd meter voor zo'n dorpje aan, met een gruwelijk valse roffel op de claxon. Hij kan kiezen uit vijf verschillende en gebruikt ze vrolijk door elkaar heen.


Manden met nog veel meer luid protesterende kippen, nog meer zakken pinda's, stinkende vis, drie geiten, een fiets, een houten kano, het kan er allemaal bij.


Gebruikten we net de kippenren of de knieën van een groepsgenoot als ruggesteun, nu neemt een mand met vis of een lekkere zachte geit deze functie over. Af en toe is het oppassen als deze laatste z'n behoeften staat te doen. Het moet allemaal kunnen. We smeren ons brood met het zakmes van Andreas, lekker dik met pindakaas of jam. Wat later wordt er een pauze ingelast en zijn we weer dolgelukkig met fantastische patat, lekker vet en zout. Daar kunnen we geen genoeg van krijgen, deze reis. Met de zon pal in onze giechel rijden we weer verder.

Een sjouwer met een complete kippenren op z'n nek, klimt het dak van de bus op.

Bij een grote, kleurrijke markt ergens in de middle of nowhere worden we later aangestaard alsof men nog nooit een blanke heeft gezien. Tijdens het op en afladen van alle zooi op het dak, vormt zich langzaam maar zeker een flinke groep Afrikanen die het hele gebeuren aandachtig in zich op staan te nemen. Een aantal Masai met stokken en uitgelubberde oorlellen weten duidelijk niet goed wat ze hiervan moeten denken, een stel van die maffe blanken die het zo te zien ook nog eens goed naar hun zin hebben tussen die rotzooi op het dak. Even voor Iringa moeten we naar beneden, de politie schijnt hier nogal actief te zijn en officieel is reizen op het dak verboden. We staan dus toch nog een half uurtje klem in het gangpad voor we, na zes uur gereden te hebben, aankomen in Iringa. We regelen een taxi waar we ons, met z'n zessen én onze rugzakken, zo goed en zo kwaad als dat gaat, inproppen en ons naar het Lutheran Centre laten vervoeren. Men spreekt hier amper engels, dus duurt het even voor we duidelijk hebben gemaakt dat we graag twee kamers willen voor één nacht. Het is hier nogal ranzig, de geur die uit de toiletten komt zal ik maar niet verder beschrijven, maar het is maar voor één nacht dus moet het kunnen. We schrobben de enorme laag stof van ons af voor we ons richting Lulu's begeven, een restaurant vlakbij het hotel. Welja, waarom gaan we niet weer gewoon voor patat met een lekker kippetje?

 

Van Iringa naar Mbeya

Het reizen per bus gaat vandaag wat comfortabeler dan gisteren. Over goede asfaltwegen zijn we ongeveer zes uur onderweg voor we aankomen in Mbeya, de belangrijkste stad in het zuid-westen van Tanzania. We hebben mazzel en hoeven niet door te rijden naar het centrum van de stad; ongeveer 4 kilometer voor het centrum zien we langs de kant van de weg het bord al staan van Karibuni Centre, het guesthouse waar we hopen te overnachten, en worden we afgezet. Als gevolg van armoede schijnt het hier nogal crimineel te zijn en is het beter dat je je als toerist niet teveel begeeft in grote menigtes, zoals op een busstation. Hier voelen we ons wel veilig; een bewaker met geweer bewaakt de ingang van het hotel. 's Avonds koelt het flink af, prima voor een goede nachtrust.
vorige pagina vervolg reisverslag Josine van der Wal





 
 Home Page  Reisverhalen  Deals  Hotelreserveringen  Landeninfo  Reisboeken  Tips  Help